Agenda
2010-02-16
Wetenschapshistorisch Descartes Colloquium
Sprekers: Dorien Daling, Ruben Verwaal
Datum: 16 februari 2010
Tijd: 15.30-17.00
Locatie: Sweelinckzaal, Drift 21 Utrecht
Dorien Daling: bespreking proefschrift Nederlandse uitgeverijen, internationale tijdschriften en naoorlogse natuurwetenschap. Biochimica et Biophysica Acta (1946-1956) en Nuclear Physics (1955-1966)
Abstract: Hoe kan het dat het kleine Nederland in de twintigste eeuw zo’n prominente rol heeft gespeeld in de wetenschap en, in de tweede helft van die eeuw, in de wetenschappelijke (uitgeef)infrastructuur? Dit is de vraag die bij aanvang van deze studie centraal stond. Omdat dit probleem te omvangrijk is om in zijn geheel te onderzoeken, richt ik de aandacht op de internationale natuurwetenschappelijke tijdschriften die Nederlandse firma’s na 1945 begonnen uit te geven. Het is namelijk zeer de vraag of het bovenmatige aandeel van Nederlandse uitgeverijen op de wereldmarkt voor natuurwetenschappelijke literatuur later in de twintigste eeuw veroverd had kunnen worden als er niet kort na de Tweede Wereldoorlog initiatieven tot het uitgeven van een nieuw type tijdschrift waren ontplooid. En bovendien vormden deze naoorlogse tijdschriften van Nederlandse uitgevers – samen met die van enkele van het Europese vasteland afkomstige uitgevers in Engeland en Amerika – het historische beginpunt van verscheidene ontwikkelingen op het gebied van wetenschappelijk publiceren en communiceren die in de historiografie doorgaans met de jaren zestig geassocieerd worden.
Het proefschrift gaat in het bijzonder over twee in Nederland uitgegeven tijdschriften: Biochimica et Biophysica Acta van Elsevier, opgericht in 1946 onder redactie van de Nederlander Hendrik Westenbrink, en Nuclear Physics van North-Holland, opgericht in 1955 onder redactie van de Belg Léon Rosenfeld. Beide tijdschriften waren de eerste in hun vakgebied met een volledig internationale redactie en ook in andere opzichten hielpen zij in de jaren vijftig en zestig mee de conventies van het wetenschappelijk publiceren te veranderen. Biochimica et Biophysica Acta en Nuclear Physics zijn vroeg(st)e voorbeelden van het type tijdschrift waarmee de commerciële uitgeverijen, vooral de Nederlandse, uiteindelijk zo goed scoorden, met name vanaf het midden van de jaren vijftig.
Het onderzoek heeft geresulteerd in wat men een ‘contextuele biografie van twee tijdschriften’ zou kunnen noemen, waarin ik het ontstaan van Biochimica et Biophysica Acta en Nuclear Physics beschrijf, het karakter van deze tijdschriften, hun redacties en hun uitgevers schets, de vormverschillen tussen de twee tijdschriften analyseer en een verklaring zoek voor hun succes. Hierdoor komen we meer te weten over de rol van Biochimica et Biophysica Acta en Nuclear Physics in respectievelijk de biochemie en de kernfysica, over hun betekenis voor Nederlandse wetenschappers in die vakgebieden, over hun plaats in het alsmaar voortdurende historische proces van de (her)uitvinding van het wetenschappelijke tijdschrift en natuurlijk over de opkomst van de twee belangrijkste Nederlandse natuurwetenschappelijke uitgeverijen, Elsevier en North-Holland (gefuseerd in 1970), in de tweede helft van de twintigste eeuw.
Vanzelfsprekend wordt ook bekeken wat dit betekent voor de ruimere problematiek. In welke mate is het natuurwetenschappelijke veld van na de Tweede Wereldoorlog mede vormgegeven door tijdschriftredacteuren en -uitgevers? Hoe verhielden wetenschappelijke redacteuren en commerciële uitgevers zich hierbij tot elkaar? Van wat voor strategieën bedienden uitgevers zich om de internationale markt voor natuurwetenschappelijke literatuur te betreden en processen van wetenschappelijke verandering in hun voordeel te gebruiken? Welke veranderingen deden zich onder invloed van de naoorlogse informatie-explosie voor in de conventies van wetenschappelijk publiceren en communiceren? En tot slot, welke keerpunten kunnen we aanwijzen in de naoorlogse geschiedenis van het wetenschappelijk uitgeven en waarom speelden juist Nederlandse uitgevers zo’n prominente rol in deze geschiedenis?
Ruben Verwaal: Hippocrates Meets the Yellow Emperor: Reception of Chinese medicine in 17th century Europe
Abstract: My thesis for the HCSSH master programme discusses Chinese and Japanese medical practices in the Dutch Republic and neighbouring countries. Taking two treatments and one diagnostic tool as case studies, namely acupuncture (the pricking of needles in the skin), moxibustion (the burning of mugwort herbs on the skin), and pulse-taking with three fingers at both wrists, I make an argument about the process of appropriation and reception of these practices in Europe.
In my talk, I will discuss the intellectual environment in which these activities of 17th century physicians and scholars took place. On what conditions could knowledge of acupuncture and moxa disseminate throughout Europe? On what arguments were favourable and critical reactions to Chinese medicine based? As I will argue, intellectuals were not so much concerned with the foreign quality of these treatments, but rather the implications if indeed Chinese medicine was adopted and integrated in their own systems of knowledge. At this time, criteria for the validity of claims of knowledge were being debated between those who prioritised the authority of ancients and those who praised knowledge based on experiment and observation. The case of Chinese medicine will reveal the role of Asia to the development of science in Europe and give an insight into the functioning of medical professionals and societies in the 17th century.
[ Terug naar agenda ]
|
|
|
|
|
|